In zijn boek “The Book of Minds” stelt Philip Ball dat de werkelijkheid die wij ervaren een soort hallucinatie is. Dit idee wordt ondersteund door neurowetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat onze hersenen een actieve rol spelen in het construeren van onze perceptie van de wereld. Deze gedachte roept interessante vragen op over de aard van onze waarneming en biedt ook waardevolle inzichten voor de praktijk van hypnotherapie. In dit essay verkennen we hoe onze hersenen de werkelijkheid hallucineren en hoe hypnotherapie deze processen kan benutten om positieve veranderingen teweeg te brengen.

Het constructieve brein

Onze hersenen krijgen constant een overvloed aan zintuiglijke informatie binnen: licht, geluid, geur, smaak en aanraking. Echter, in plaats van deze informatie direct en objectief te interpreteren, construeren onze hersenen een intern model van de wereld. Dit proces, bekend als predictive coding of voorspellingsmodellering, houdt in dat onze hersenen voortdurend voorspellingen doen over wat we gaan ervaren en deze voorspellingen bijstellen op basis van inkomende sensorische data.

Dit mechanisme verklaart waarom we soms illusies of hallucinaties ervaren. Bijvoorbeeld, wanneer je een gezicht in een wolk ziet of je naam hoort in een ruisend café, zijn dat momenten waarop je brein verkeerde voorspellingen maakt op basis van incomplete of ambigue informatie. Deze voorspellingsfouten zijn meestal onschuldig, maar illustreren wel hoe subjectief onze perceptie kan zijn.

Wetenschappelijke onderbouwing

Het idee dat onze hersenen de werkelijkheid hallucineren, is niet zomaar een filosofische stelling; het is goed onderbouwd door neurowetenschappelijk onderzoek. Een prominente voorstander van dit idee is de neurowetenschapper Anil Seth, die stelt dat onze perceptie van de realiteit een “gecontroleerde hallucinatie” is. Volgens Seth en zijn collega’s creëren onze hersenen continu een intern model van de wereld, dat wordt verfijnd en aangepast op basis van zintuiglijke input .

Bovendien blijkt uit onderzoek naar visuele illusies en cognitieve biases dat onze waarneming sterk wordt beïnvloed door onze verwachtingen en eerdere ervaringen. Studies hebben bijvoorbeeld aangetoond dat mensen geneigd zijn om patronen te zien in willekeurige gegevens en dat onze perceptie van kleuren en vormen kan worden veranderd door contextuele hints .

De link met hypnotherapie

Hypnotherapie maakt gebruik van de plasticiteit van het brein en zijn vermogen om nieuwe patronen van denken en waarnemen te vormen. Door een persoon in een trance-toestand te brengen, kan een hypnotherapeut directe toegang krijgen tot de onbewuste processen die onze percepties en overtuigingen sturen. In deze staat zijn mensen vaak meer open voor suggesties en kunnen ze hun interne modellen van de werkelijkheid aanpassen.

Dit heeft praktische toepassingen bij de behandeling van angst, depressie, pijn en verslaving. Bijvoorbeeld, door positieve suggesties te geven tijdens hypnose, kan een therapeut de manier waarop een cliënt pijn ervaart veranderen of de angstreacties op bepaalde triggers verminderen. Dit komt doordat hypnose het brein helpt om nieuwe voorspellingsmodellen te vormen die meer adaptief en minder stressvol zijn.

Conclusie

De gedachte dat we de werkelijkheid hallucineren is een fascinerend concept dat ons inzicht geeft in de complexe werking van ons brein. Het benadrukt hoe onze perceptie wordt gevormd door een samenspel van zintuiglijke input, verwachtingen en eerdere ervaringen. Voor hypnotherapeuten biedt dit concept een krachtige basis voor hun werk, aangezien het laat zien hoe veranderlijk en beïnvloedbaar onze interne modellen van de werkelijkheid zijn. Door deze kennis te benutten, kunnen therapeuten mensen helpen om hun percepties en overtuigingen te herprogrammeren op manieren die hun welzijn verbeteren.

Het is een mooie reminder dat, hoewel onze waarneming subjectief en soms feilbaar is, we ook de mogelijkheid hebben om deze te transformeren en te verbeteren, zowel door bewuste inspanning als door therapeutische interventies zoals hypnose.

Bronnen

  1. Seth, A. K. (2014). A predictive processing theory of sensorimotor contingencies: Explaining the puzzle of perceptual presence and its absence in synesthesia. Cognitive Neuroscience.
  2. Clark, A. (2013). Whatever next? Predictive brains, situated agents, and the future of cognitive science. Behavioral and Brain Sciences.
  3. Eagleman, D. (2001). Visual illusions and neurobiology. Nature Reviews Neuroscience.

Categories:

No responses yet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *