Wie is de grondlegger van hypnose?

Franz Anton Mesmer (Iznang, 23 mei 1734 – Meersburg, 5 maart 1815)) 

De precieze oorsprong van hypnose is onbekend, maar het wordt al duizenden jaren gebruikt in verschillende culturen over de hele wereld. De eerste vermelding van hypnose in de westerse wereld is te vinden in de werken van de Griekse arts Hippocrates, die leefde van ca. 460 v.Chr. tot ca. 370 v.Chr. Hij beschreef een staat van verhoogde suggestibiliteit die hij “hypnos” noemde, wat “slaap” betekent in het Grieks.

Franz Anton Mesmer was een Duitse arts die leefde in de 18e eeuw. Hij wordt vaak gezien als de grondlegger van de moderne hypnotherapie, omdat hij een van de eersten was die de wetenschappelijke benadering van hypnose ontwikkelde. Mesmer was een Duitse arts die in de 18e eeuw leefde, en hij geloofde dat er een soort magnetische energie bestond die door het universum stroomde en die hij “animal magnetisme” noemde. Hij beweerde dat hij deze energie kon gebruiken om genezing te bewerkstelligen bij zijn patiënten, en dat hij ze in een staat van hypnose kon brengen om dit te doen.

Hoewel zijn ideeën omstreden waren en hij uiteindelijk werd veroordeeld door de medische gemeenschap, heeft Mesmer’s werk geleid tot verdere onderzoek naar hypnose en de ontwikkeling van de moderne hypnotherapie. Zijn ideeën over de magnetische energie die door het universum stroomt zijn uiteindelijk afgewezen, maar zijn werk heeft wel bijgedragen aan het begrip van hypnose en zijn rol in de geneeskunde.

In de 19e eeuw ontwikkelde de arts James Braid een wetenschappelijke benadering van hypnose, die hij “neuro-hypnose” noemde. Hij ontdekte dat hypnose een staat van verhoogde concentratie en suggestibiliteit was, en niet noodzakelijkerwijs een staat van slaap zoals eerder werd gedacht. Zijn werk leidde tot de ontwikkeling van moderne hypnotherapie.

Deze tekst is mede tot stand gekomen met GPT-3